Tweede Spoorstraat 1


Jan Stoffer Alberts

Geboren: 11-6-1904 in Yde (gem. Tynaarlo)
Laatst bekende woonadres: Friesestraatweg 58, thans: Tweede Spoorstraat 1
Gearresteerd: 9-9-1941 in Harpel (bij Vlagwedde)
Omgekomen: 3-5-1945 SS Cap Arcona, Lübecker Bocht

Jan Alberts is het tweede uit een gezin van vier kinderen, van moeder Geessien Riemsma en vader Wobke Alberts. Het gezin woont in het Drentse Yde, waar vader boerenknecht is.

Na zijn huwelijk met Geessien Kampstra uit Eelde gaat Jan aan de Friesestraatweg wonen, nu Tweede Spoorstraat geheten.
Jan is als huisschilder werkzaam bij verschillende projecten in de stad en is politiek zeer actief. Hij is dan al lid van de Communistische Partij Nederland, de CPN. Voor het ronselen van strijders voor de Internationale Brigade die in Spanje tegen de nationalisten van Franco vecht, wordt Jan eind jaren ’30 veroordeeld. Verder is hij nauw betrokken bij de emigratiegroep Rode Hulp en wordt hij propagandaleider voor zijn partij in Groningen.
In het najaar van 1940 raakt Jan Alberts betrokken bij de verspreiding van de illegale, communistische krant “Het Noorderlicht”, die deels door de centrale CPN-leiding wordt aangestuurd. Niet veel later wordt hij voor de CPN de leidende figuur in stad en provincie.
Als medeopsteller van het pamflet “Aan het werkende volk van Groningen”, dat direct na de Februaristaking van 1941 verschijnt, moet hij zijn woning aan de Friesestraatweg verlaten en duikt hij onder in Orvelte, Musselkanaal en Gasselternijveen.
Op 9 maart 1941 wordt Jan Alberts door de SD gearresteerd in Harpel, bij Vlagtwedde.
Jan wordt overgebracht naar het Scholtenshuis en het Huis van Bewaring in Groningen en vandaar via Kamp Amersfoort naar concentratiekamp Buchenwald gedeporteerd, waar hij zijn broers Fedde en Hilbrand tegenkomt; het is dan 2 april 1942.
Zoals veel politiek actieve verzetsmensen wordt Jan Alberts vervolgens gevangengezet in concentratiekamp Natzweiler, waar hij kans ziet te overleven totdat een volgend transport – onder druk van de oprukkende geallieerden – hem naar Dachau brengt. Ook in dit concentratiekamp weet Alberts te overleven en een zeer uitputtend transport – opnieuw onder druk van de geallieerde troepen – doet hem op 22 oktober 1944 in concentratiekamp Neuengamme belanden, inmiddels het vijfde concentratiekamp dat hij weet te overleven.
Begin mei 1945 wordt Jan Alberts met duizenden andere gevangenen door de nazi’s, die alle bewijzen voor het bestaan van het concentratiekamp willen vernietigen, overgebracht naar het schip de Cap Arcona.
Op 3 mei 1945 wordt het schip, dat in de Lübecker Bocht afgemeerd ligt, door de geallieerden gebombardeerd.
Jan Stoffer Alberts komt bij dit vergissingsbombardement om het leven.