Verlengde Visserstraat 11


Hartog Abraham Kisch

Geboren: 25 augustus 1874 te Groningen
Laatste adres: Verlengde Visserstraat 11, Groningen
Van 11 tot 23 maart 1943 in Westerbork
Vermoord: 26 maart 1943, Sobibor

Hartog Abraham Kisch is een centrale figuur in de joodse gemeente van Groningen. Volgens overlevering heeft Hartog Jakob Kisch, die zich omstreeks 1760 uit Praag in Groningen verstigt, een deel van zijn erfenis aan de gemeente nagelaten op voorwaarde dat er altijd een van zijn nazaten bode of koster zou zijn. Hartog Abraham, die in 1926 zijn oom Lazarus Kisch als bode opvolgt, is de vierde generatie op wie dit van toepassing is.
Hartog Abraham Kisch is de oudste zoon van Abraham Hartog Kisch en Roosje Polak. Zij krijgen tussen 1867 en 1885 acht kinderen, eerst drie meisjes, dan Hartog Abraham en daarna nog twee meisjes en twee jongens. Het tweede meisje overlijdt als ze vijf jaar oud is, de andere broers en zussen worden allemaal volwassen en trouwen. Voordat hij bode wordt heeft Hartog Abraham vanaf 1921 in de Folkingestraat een zaak in manufacturen. Al bij zijn huwelijk in 1898 met Aaltje Stibbe is hij koopman. Hartog Abraham en Aaltje krijgen vier kinderen: Abraham Hartog (1898), Rebekka (1900), Roosje (1905) en Esther Rebekka (1908).
Rebekka wordt maar vijf jaar oud, de andere drie kinderen worden volwassen. Hun leven en dat van hun gezinnen eindigt in Auschwitz. Alleen Jacob Jacobs, de oudste zoon van Esther Rebekka Kisch, ontkomt aanvankelijk aan dit lot.

Op de foto links het echtpaar Kisch Stibbe, met een ander paar op het strand.

De belangrijkste taak van Hartog Abraham is die van “incasseerder”. Wekelijks maakt hij een ronde langs de joodse gezinnen in Groningen om hun bijdragen aan de gemeente en aan het begrafenisfonds te innen. Daarnaast bewaakt hij de goede gang van zaken in de synagoge. Ook is hij leedaanzegger, zeer regelmatig komt zijn naam voor in de Groningse burgerlijke stand als degene die een overlijden aangeeft.
Op grond van zijn functie blijft Hartog Abraham in de oorlog lang in vrijheid. Nadat in februari 1942 zijn echtgenote Aaltje Stibbe overleden is, hertrouwt hij in oktober 1942 met Betje van Straaten. Het is ook voor haar het tweede huwelijk. Na een loopbaan als kinderjuffrouw en huishoudster is ze in Den Haag in 1931 getrouwd met commissionair in fruit Salomon Polak, en in 1937 in Arnhem weer gescheiden, waarna ze zich in Groningen vestigt.
Van juni 1941 tot juli 1942 woont in de Verlengde Visserstraat 11 ook nog Margot Frankenstein, een jonge Berlijnse dienstbode. Omdat vanaf eind 1940 joodse gezinnen geen Duits huishoudelijk personeel meer mochten hebben, staat ze bij Hartog Abraham ingeschreven “zonder beroep”. Ze trouwt in juli in Amsterdam met Wilhelm Cohen. Beiden worden 30 september 1942 in Auschwitz vermoord.
Hartog Abraham heeft gedurende zijn leven een bijzondere band met zijn dochter Esther Rebekka. Esther trouwt 6 maart 1930, ze is dan net tweeëntwintig, met de uit Groningen afkomstige Amsterdamse fotograaf Barend Lion Jacobs. Hun leven is roerig, Op 25 maart schrijft Esther zich na een korte periode in Amsterdam weer bij haar ouders in, die dan aan de Zuiderkuipen 16a wonen, en twee maanden later wordt daar een levenloos kind geboren. Eind maart 1931 vertrekt Esther weer naar Amsterdam, maar als op 3 mei 1931 haar zoon Jacob Ariaan Jacobs geboren wordt, gebeurt dat in het Groningse Diaconessenhuis. Op 27 maart 1933 scheiden Esther en Barend Lion Jacobs maar in januari 1934 gaan ze weer samenwonen in Amsterdam. Daar worden in 1936 en 1938 hun kinderen Alida en Henry Louis geboren, die door Barend Lion Jacobs erkend worden. Bij het uitbreken van de oorlog woont het gezin in de Amsterdamse Schipbeekstraat 19 huis, waar ze op 12 mei in huis het gas open zetten. Buren slaan alarm. De gezinsleden worden “eenigszins bewusteloos” aangetroffen en door de G.G. en G.D. weer tot bewustzijn gebracht. Het leven gaat verder, Barend Lion zet zijn werk als fotograaf voort. Dan scheidt de bezetter het gezin. Esther en de twee jongste kinderen worden midden 1942 naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze op 1 oktober 1942 vermoord worden. Barend Lion Jacobs gaat kort daarna dezelfde weg en wordt 31 januari 1943 in Auschwitz vermoord. De oudste zoon, Jacob Ariaan Jacobs leeft dan nog. Hoe hij bij zijn grootouders Kisch-van Straaten in de Verlengde Visserstraat beland is, is niet te zeggen. Wel is duidelijk dat hij zijn laatste reis maakt naar Sobibor, samen met zijn grootvader Hartog Abraham Kisch en diens nieuwe echtgenote Betje van Straaten.
Hartog Abraham Kisch is 68 jaar oud geworden.

De strandfoto van het echtpaar Kisch-Stibbe is met toestemming overgenomen uit: E.P. Boon e.a., De joodse inwoners van de stad Groningen en omstreken 1549-1945 en hun begraafplaatsen aldaar, II, 1870-1945 (3 bd.). Groningen : Mr. J.H. de Vey Mestdagh Stichting, 2006. In het bijzonder deel 2a, p. 36.

 


Betje Kisch – van Straaten

Geboren: 22 mei 1887 te Beesd
Laatste adres: Verlengde Visserstraat 11, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork op 11 maart 1943,
van daar naar Sobibor op 23 maart 1943
Vermoord: 26 maart 1943, Sobibor

Betje van Straaten komt uit een slagersfamilie in Beesd. Haar vader heeft het slagersvak van zijn vader overgenomen.Van haar drie broers Salomon, Hartog en Henri zijn er twee slager en de derde, Hartog, is veehandelaar. Mozes Salomon van Straaten en Helena Andriessen (ook wel Andriesse), Betjes ouders, hebben naast Betje nog dochters Mina Rozina, Rosina, Naatje, Johanna en Saartje. Betje is het jongste kind, een negen jaar eerder geboren Betje is maar drie jaar oud geworden. Alle andere kinderen bereiken de volwassen leeftijd.
Van de meisjes wordt Rosina modiste en Betje heeft een lange loopbaan als kinderjuffrouw en huishoudster. Ze verhuist daarvoor zeer regelmatig. Het verhuizen begint al als ze twaalf jaar oud is. Ze gaat dan naar Wijk bij Duurstede, waar haar broer Henri ook als twaalfjarige voor anderhalf jaar naar toe is gegaan.
Van 1910 tot 1919 werkt Betje op verschillende adressen in Amsterdam. Ze begint als kinderjuffrouw bij het gezin Vorst en wordt daarna huishoudster in het gezin Slijper — vader, moeder, drie kinderen en de grootvader van vaderskant. In april 1919, kort na het overlijden van haar moeder keert Betje terug naar Beesd. In mei 1920 zet ze haar betrekking bij het gezin Slijper voort. Na nog een ander Amsterdams gezin verhuist ze in juni 1923 naar Woudrichem. Daar woont ze in de Kerkstraat voor een half jaar bij het gezin van Hartog Benjamins en haar zuster Johanna van Straaten met hun dochters Helena Magdalena, Mina Carolina en zoon Jozef Abraham.
Hierna gaat Betje naar Rotterdam, waar ze op vier adressen werkt als inwonend huishoudster. Iets meer dan zeven jaar later, intussen is het april 1931, vertrekt ze naar Den Haag, waar ze het huishouden bestiert in het gezin van Michel Salomon en haar zuster Ester van Straaten, die zeven kinderen hebben.
In Den Haag trouwt Betje van Straaten op 18 november 1931 met weduwnaar Salomon Polak. Hij is in Zutphen commissionnair in fruit, maar het echtpaar vestigt zich in Arnhem, waar ze aan het Eusebiusplein gaan wonen. Het huwelijk eindigt in januari 1935 met een scheiding. Betje verruilt in mei 1937 Arnhem voor Woudrichem, waar ze opnieuw bij het gezin van haar zuster Johanna en Hartog Benjamins intrekt. Na enkele maanden vertrekt ze naar Den Haag, waar ze huishoudster wordt bij een bejaard echtpaar.
Hoe Betje van Straaten in contact is gekomen met Hartog Abraham Kisch is onduidelijk. Evenmin weten we wanneer ze van Den Haag naar Groningen is gekomen. Maar op 7 oktober 1942 is ze in elk geval in Groningen, want dan trouwt ze er met Hartog Abraham Kisch. De afdeling bevolking van de gemeente bericht aan de Groninger politie, die verhuizingen nauwlettend in het oog houdt, dat op 20 oktober 1942 in het bevolkingsregister van Groningen is opgenomen:
“Betje van Straaten, geboren 22 mei 1887 te Beesd Gld, zonder beroep echtgenoote van Hartog Abraham Kisch, komende van de gemeente ’s-Gravenhage, J. van Stolberglaan 418 en thans wonende alhier Verl. Visserstraat 11, Nederlander.”
Betje en Hartog Abraham Kisch-van Straaten blijven nog vijf maanden gespaard voor arrestatie en deportatie. Maar op 23 maart 1943 vertrekt, na een verblijf van bijna twee weken in Wester¬bork, de trein die haar naar Sobibor brengt. Betje maakt de reis samen met Hartog Abraham en met diens kleinzoon Jacob Ariaan Jacobs. Drie dagen later worden ze alle drie vermoord.
Betje Kisch-van Straaten is 55 jaar oud geworden.

Bron van het beperkt openbare bericht van de afdeling bevolking: Groninger Archieven, Toegang 1692, Inventarisnummer 822: Gemeentepolitie Groningen, 1917 – 1980, Stukken betreffende verandering van de woonplaats van de Joden, 1941-1943. Briefje van Afd. Bevolking aan de Hoofdcommissaris van Politie dd 26-10-1942.

 


Margot Frankenstein

Geboren: 1 september 1921, Berlijn
Laatste adres: VerlengdeVisserstraat 11, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork op 21 juli 1942,
van daar naar Auschwitz op 24 juli 1942.
Vermoord: 30 September 1942, Auschwitz

Margot Cohen, geboren in Berlijn, is dochter van tabakshandelaar Erich Frankenstein en Auguste Victoria Belson. Ze heeft een twee jaar oudere zuster Ingeborg Johanna. Ze gaat in Berlijn naar school 263 aan de Bochumerstrasse. De school heeft een programma van acht jaar, waaraan Margot in 1928 met Pasen begint. Op 10 januari 1934 wordt ze opnieuw ingeschreven, komend van een “Flüchtlingsschule” (vluchtelingenschool) in Amsterdam. Ze heeft dus voor 1934 een periode in Nederland gewoond. Daar wonen al sinds december 1930 haar uit Duitsland geïmmigreerde grootouders Julius Frankenstein en Rosalie Frankenstein-Bieber. In december 1933 komen Max Frankenstein, een broer van Margots vader, met zijn vrouw Kaete Frankenstien-Rosen en hun dochter Ingrid uit Berlijn naar Nederland. Ze vestigen zich in Den Haag aan de Laan van Nieuwoostindië 122. Of Margot bij haar familie of ergens in Amsterdam woont, is nog onduidelijk. In elke geval is ze begin 1934 terug bij haar ouders in Berlijn.
Margots grootmoeder Rosalie overlijdt in 1937 en in december 1938, zeer kort voor zijn overlijden op 18 december 1938, trekt haar grootvader Julius in bij zijn zoon en schoondochter aan de Laan van Nieuwoostindië. Rond deze tijd komt Margot opnieuw naar Nederland, dit keer met haar zuster Ingeborg. Ze gaan in Den Haag wonen en werken als dienstbodes. De ouders van Margot en Ingeborg zijn van plan om zich in Nederland bij hun dochters te voegen maar vanaf 1939 worden ze met juridische problemen geconfronteerd. Erich Frankenstein, de vader van de zusters, wordt door de nazi’s een illegale geldtransactie ten laste gelegd en zit daarvoor tot 1940 gevangen. Als hij vrij komt, is het onmogelijk geworden om Duitsland nog te verlaten.
In augustus 1940 mogen Joden van de bezetter niet langer aan de kust wonen. Margot en Ingeborg moeten dus uit Den Haag vertrekken. Ze verhuizen eind oktober 1940 naar Groningen, waar ze als dienstboden ingeschreven worden op het adres Amalia van Solmsstraat 20. Ze werken voor het gezin van Machiel Moritz Polak, Klaartje Polak-Hartog en hun zoon Jozef Mozes. Machiel Polak is accountant en leraar boekhouden. Nog in juni 1942 adverteert hij met onderwijs in kleine clubs, die hij bij zich thuis lesgeeft.
In juni 1941 scheiden de wegen van Margot en Ingeborg zich. Margot verhuist naar Verlengde Visserstraat 11, waar ze woont bij het bejaarde echtpaar Hartog Abraham Kisch en Aaltje Kisch-Stibbe. Ze mag daar van de bezetter geen dienstbode meer zijn, maar zal zeker haar deel van de huishouding gedaan hebben.
De zusters Frankenstein krijgen een relatie met de broers Herman en Wilhelm Cohen. Margot en Wilhelm Cohen, het jongste stel, trouwen op 18 juli 1942 in Amsterdam, waar Herman boekhouder is bij een tabakshandel. Ingeborg en Herman Cohen trouwen 22 augustus 1942 in Groningen. Ze trekken in Groningen bij Hermans ouders in. Margot en Wilhelm maken deze bruiloft niet meer mee. Drie dagen na hun eigen huwelijk worden ze naar Westerbork overgebracht. Op 24 juli 1942 worden ze van daar met 929 andere Joden naar Auschwitz gedeporteerd. Na de oorlog zijn geen gegevens over het overlijden van Margot en haar echtgenoot gevonden. Hun overlijdensdatum, 30 september 1942, is daarom administratief vastgesteld op het einde van de periode waarin ze zeer waarschijnlijk overleden zijn.
Afgezien van Margots grootouders en Aaltje Kisch-Stibbe, die alle drie thuis overleden zijn, zijn alle hier genoemden in de Holocaust omgekomen.

 


Jacob Ariaan Jacobs

Geboren: 3 mei 1931 te Groningen
Laatste adres: Verlengde Visserstraat 11, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork op 11 maart 1943,
van daar naar Sobibor op 23 maart 1943.
Vermoord: 26 maart 1943, Sobibor

Het leven van Jacob Ariaan Jacobs, die elf jaar oud wordt, is zeer onrustig. Zijn vader Barend Lion Jacobs, Groninger van geboorte, woont en werkt in Amsterdam. Zijn moeder Esther Rebekka Kisch, dochter van de bode van de Joodse gemeente in Groningen, woont afwisselend bij haar ouders in Groningen en bij Barend Lion Jacobs, met wie ze 6 maart 1930 trouwt. Enkele weken na het huwelijk komt Esther Rebekka terug naar Groningen, waar ze in mei een levenloos kind ter wereld brengt. Eind maart 1931 gaat ze weer in Amsterdam bij haar man wonen, maar op 3 mei 1931 wordt Jacob Ariaan geboren in het Groningse Diaconessenhuis. Twee jaar later scheiden de ouders van Jacob Ariaan. Zijn moeder en hij wonen dan een jaar bij zijn grootvader Hartog Abraham Kisch en grootmoeder Aaltje Stibbe.
In januari 1934 gaan ze naar Amsterdam en wonen weer bij Barend Lion Jacobs. Daar krijgt Jacob in 1936 een zusje Alida en in 1938 een broerje Henry Louis, die door Barend Lion Jacobs erkend worden.
Bij het uitbreken van de oorlog woont Jacob met zijn ouders, zus en broer in de Amsterdamse Schipbeekstraat 19 huis. Daar zetten zijn vader en moeder op 12 mei in huis het gas open. Buren waarschuwen de politie, die het gezin “eenigszins bewusteloos” aantreft. Door de G.G. en G.D. worden ze weer tot bewustzijn gebracht. Het leven gaat verder, Barend Lion zet zijn werk als fotograaf in zijn atelier aan de Schipbeekstraat voort.
Dan raken de vijf gezinsleden uit elkaar. Esther en de twee kleintjes worden midden 1942 naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze op 1 oktober 1942 vermoord worden. Barend Lion Jacobs gaat kort daarna dezelfde weg en wordt 31 januari 1943 in Auschwitz vermoord. Jacob Ariaan leeft dan nog. Hoe hij bij zijn grootouders Kisch-van Straaten in de Verlengde Visserstraat is beland is,valt niet te zeggen. Logeert hij in 1942 aan het begin van de zomer bij zijn grootouders, waar hij zijn hele leven kind aan huis is geweest? Met hen maakt hij in het voorjaar van 1943 zijn laatste reis, naar Sobibor.
Jacob Ariaan Jacobs is elf jaar oud geworden.