Jozef Israëlsstraat 24


Abraham Philip Goudsmit

Geboren: 24 februari 1853 te Groningen
Laatste adres: Jozef Israëlsstraat 24, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: 13 maart 1943
Vermoord: 26 maart 1943 te Sobibor

Abraham Philip Goudsmit is de tweede van negen kinderen uit het huwelijk van koopman Philip Arents Goudsmit en Rachel Bohemen. De ouders zijn uit Appingedam en Amsterdam afkomstig en trouwen in Groningen op 28 november 1850. Van de zes meisjes en drie jongens in het gezin komt alleen Aron jong te overlijden, in 1874, hij is dan twee jaar oud. De andere kinderen bereiken de volwassen leeftijd.
In 1880, Abraham Goudsmit is dan 28 jaar oud en winkelbediende, trouwt hij met Henderiena Pels. Zij komt uit Meppel, is 24 jaar oud en dochter van Mozes Pels en Lija van der Ziel. Het echtpaar Goudsmit-Pels krijgt acht kinderen, in 1882 Regine, die overlijdt als ze vier is, in 1884 Helena, gevolgd door Philippus (‘Philip’, 1885), Bertha (1887), Maurits (1889), Regina (1891), Nico (1892) en Louis (1894).

In 1890 begint Abraham Goudsmit de firma “A. Goudsmit in paraplu’s en behang”. Ook verkopen zijn vrouw en hij in de Poelestraat paraplu’s onder de naam “Goudsmit & Pels”. Na 1900 zijn ze in de Grote Kromme Elleboog gevestigd, in 1911 zowel in de Zwanestraat als in de Nieuwe Ebbingestraat, waar ze zich concentreren op behang. In 1917 richten Abraham en zijn zoons Philip en Nico een vennootschap onder firma op: “Firma A. Goudsmit, klein- en groothandel in Behangsels etc.” In 1923 treedt Abraham Goudsmit uit en gaat de zaak als groothandel verder, ondergebracht in de “NV Behangsel¬papiergroothandel v/h firma A. Goudsmit”, met Heerebinnensingel 1 als nieuw en vast adres. De NV heeft Philip en Nico Goudsmit als directeuren en notaris Hendrik Sanders en Isaäc de Hes (schoonvader van Philip) als commissarissen. Een filiaal in Leeuwarden bestaat één jaar en wordt in 1929 weer opgeheven. In juni 1941 begint Philip op hetzelfde adres als de groothandel tevens een zaak in “prima plaksels”. Philip en Nico stichten gezinnen. Philip heeft samen met Rosa de Hes uit Hoogeveen twee zoons. Nico trouwt met Maria Woldringh, die in 1941 thuis overlijdt. Ze hebben drie dochters.
Helena, de oudste dochter van het gezin Goudsmit-Pels, blijft bij haar ouders wonen. Vanaf 1927, als haar moeder overlijdt, woont ze samen met haar vader. Of ze een eigen zaak heeft gehad of bij de zaken van haar broers betrokken is geweest, is niet na te gaan. De burgerlijke stand noteert als haar beroep vanaf 1931 wel: “koopman”. Dochter Bertha vertrekt in 1920 naar Den Haag, waar ze uiteindelijk chef verkoopster is. In 1931 verlooft ze zich, maar tot een huwelijk lijkt het niet gekomen te zijn. In januari 1933 keert Bertha terug naar Groningen, waar ze na enkele dagen bij haar vader en zuster thuis overlijdt. Dochter Regina trouwt in 1929 in Amsterdam met banketbakker Salomon Klerk. Ze beginnen enkele dagen na hun trouwen een banketbakkerij en kokszaak aan de Noorder Amstellaan (tegenwoordig Churchill-laan) en verhuizen in 1931 als “Huize Klerk” naar de Beethovenlaan. Salomon Klerk overlijdt in 1936. Regina doet de banketbakkerij over en blijft op verschillende adressen in Amsterdam Zuid wonen. Ze hertrouwt in september 1941 met kunstschilder Benjamin Jacobs, die ook uit Groningen afkomstig is. Zoon Maurits start in 1925 een groothandel in pakpapier en bindtouw aan de Hoendiepskade. Zijn vrouw Henderina en hij hebben een zoon. Louis, de jongste zoon in het gezin Goudsmit-Pels, heeft vanaf 1927 een eigen zaak met agenturen in textielartikelen in Haren en later aan de Groningse J.A. Feithstraat. Louis Goudsmit en Marianne Springer hebben vier zoons en een dochter.
Gedurende het gehele bestaan van de firma A. Goudsmit adverteert de familie Goudsmit regelmatig. In de advertenties zijn de opeenvolgende adressen van de zaak in de beginperiode goed te volgen, evenals het brede assortiment, dat liep van goedkoop papier tot goudleer. Vanaf augustus 1940 heeft de NV als belangrijk nieuw product karton voor warmte-isolatie en verduistering. Door alle jaren heen zijn de teksten soms op rijm, zoals in het Nieuwsblad van het Noorden van 30 augustus 1941.

De advertentie begint met de zinnen

Als de avonden worden kort
En er dan verduisterd wordt
Moet men zich wel gaan bezinnen
Hoe het beste ’t licht blijft binnen.
’t Licht dat uitstraalt door de ruiten
Is verbeurd verklaard, kost duiten.”

en daarna volgt de beschrijving van de artikelen waarmee het huis verduisterd kan worden.

Op 8 mei 1942 wordt door de Rijkscommissaris een bewindvoerder aangesteld. Op 10 juli 1942 ondertekent Philip voor de laatste keer een akte in het handelsregister, daarna doen de opeenvolgende bewindvoerders dat. Eén dag eerder was ook de laatste advertentie van de N.V. Goudsmit verschenen:

Zoon Nico Goudsmit en zijn dochters Henderiena, Elisabeth en Jochébed hebben de oorlog overleefd en zijn na de oorlog naar Israël geëmigreerd. Kleinzoon Abraham, oudste zoon van Philip Goudsmit en Rosa de Hes, is in Gouda opgeleid voor de landbouw in Palestina. Hij is voor de oorlog naar Palestina geëmigreerd. Ook Gerrit Philip, zoon van Louis Goudsmit, overleefde de oorlog en is naar Palestina geëmigreerd. Van alle kinderen, aangetrouwde kinderen en kleinkinderen van Abraham Philip Goudsmit zijn zij de enigen die aan de moordmachine van de Nazi’s ontsnapt zijn.

Abraham Philip Goudsmit is 90 jaar oud als hij in Sobibor wordt vermoord.

 


Helena Goudsmit

Geboren: 5 juli 1884 te Groningen
Laatste adres: Jozef Israëlsstraat 24, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: 11 maart 1943
Vermoord: 20 maart 1943 te Sobibor

Helena is het tweede kind van Abraham Philip Goudsmit en Henderiena Pels. Haar oudere zusje Regine overlijdt eind 1886, vier jaar oud. De oudste jongen in het gezin, Philippus (‘Philip’) is dan net één jaar geworden. Na hem worden nog twee meisjes en drie jongens geboren: Bertha (1887), Maurits (1889), Regina (1891), Nico (1892) en Louis (1894).
Helena’s vader is eerst winkelbediende, maar rond 1890 hebben haar ouders samen als ‘Goudsmit & Pels’ een winkel in paraplu’s en behang aan de Poelestraat. Na enkele verhuizingen specialiseren ze zich in behang op het adres Zwanestraat 5, en in 1923 gaan ze verder als groothandel. In 1925 treedt Helena’s vader uit en wordt de zaak voortgezet als “NV Behangsel¬papier¬groothandel v/h firma A. Goudsmit” met haar broers Philip en Nico als directeuren. Of Helena ook in de zaak van haar ouders gewerkt heeft is niet gebleken. Wel wordt er in 1931, als haar vader ‘in ruste’ gaat, op de gezinskaart als haar beroep “koopman” bijgeschreven. Helena is niet getrouwd. Ze is bij haar ouders thuis blijven wonen, aan de Oude Ebbingestraat (eerst op nummer 63, daarna nog kort op 75) en vanaf mei 1923 aan de Jozef Israëlsstraat. Daar overlijdt in 1927 haar moeder en in 1933 haar zuster Bertha, die teruggekomen was uit Den Haag, waar ze vanaf 1920 had gewerkt. 
Dan komt de oorlog. Helena wordt op 17 maart 1943 van Westerbork naar Sobibor gedeporteerd en daar drie dagen later vermoord. Haar vader treft op 23 en 26 maart 1943 hetzelfde barre lot. Van Helena’s ouderlijk gezin overleven haar broer Nico en diens drie dochters de oorlog. Ook een zoon van haar oudste broer Philip en een zoon van haar jongste broer Louis overleven.