Jozef Israëlsstraat 90


Cornelis Mattheus Luteijn

Geboren: 18 augustus 1921 te Rijnsburg
Laatste adres: Jozef Israëlsstraat 90, Groningen
Bezweken: 21 juni 1943 te Wittenberge (Duitsland)

In januari 1918 trouwen in Den Haag Cornelis Mattheus Luteijn en Lamberta Berendina Slagter. Eerstgenoemde is een maand eerder in Leiden afgestudeerd in de theologie en wordt een week na het huwelijk bevestigd als hervormd predikant in Heinenoord. Daar worden in 1918 en 1920 hun zoons Adrie en Bertus geboren. Na Heinenoord volgen begin 1921 Rijnsburg, in 1924 Apeldoorn en najaar 1932 Groningen, waar ze in de Jozef Israëlsstraat gaan wonen. In Rijnsburg zien in 1921 Cornelis Mattheus (‘Kees’) en in 1923 Johan het levenslicht. De geboorte van Frans in 1938 maakt het gezin compleet.

Kees kan goed leren. In Apeldoorn doet hij op de lagere school na de zesde klas als voorbereiding op het middelbaar onderwijs ook het zevende leerjaar, waarna hij van 1934 tot 1940 leerling is van het Willem Lodewijk gymnasium. Zijn broers Bertus en Johan zitten daar ook op school. De oorlog breekt uit in de periode dat Kees een volgende opleiding moet kiezen. Hij wil naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda en wordt daarvoor tijdens zijn laatste schooljaar goedgekeurd. Omdat de KMA door de bezetter gesloten wordt, gaat hij scheikunde studeren aan de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Frans Luteijn herinnert zich in 2018 zijn oudere broers nog goed: “Kees was aardig, sportief en muzikaal. Hij voetbalde in het eerste elftal van Oranje-Nassau en speelde viool. Adrie en Bertus, de oudste twee, waren verschillend van karakter. Zo introvert als Adrie was, zoveel praatjes maakte Bertus, en regelmatig leidde dat tot ruzie. Kees was dan de bemiddelaar en vredestichter. Kees was ook geliefd bij de meisjes.” Van Johan herinnert Frans zich vooral dat hij door ziekte wat achterbleef.

In maart 1943 moeten de Nederlandse studenten, als ze willen blijven studeren, de loyaliteitsverklaring tekenen. Daarmee geven ze aan zich niet tegen de bezetter te zullen verzetten. Studenten die de verklaring niet tekenen zullen als Häftlinge in Duitsland tewerkgesteld worden.
Kees weigert te tekenen. In april duikt hij als ‘landbouwkundig volontair’ onder bij het gezin Tolsma in Grootegast. Zijn broer Johan is bij zijn ouders thuis ondergedoken en vader Luteijn vindt twee onderduikers in huis te gevaarlijk, ook omdat in het buurhuis een NSB-gezin woont. Vandaar dat Kees uitwijkt naar Grootegast. De druk van de bezetter is echter groot. Vooral het dreigen met represailles tegen de ouders van ondergedoken studenten doet sommigen van hen besluiten om zich alsnog te melden. Omdat langer onderduiken in Grootegast niet meer mogelijk is door de vele razzia’s daar, komt Kees op 5 mei terug naar zijn ouders in Groningen en meldt zich alsnog aan om naar Duitsland te gaan. Via kamp Ommen, waar hij enkele dagen verblijft, wordt hij tewerk gesteld bij de textielfabriek “Phrix” in Wittenberge bij Postdam. Deze fabriek is ten opzichte van de Häftlinge een extern onderdeel van het beruchte kamp Neuengamme. De omstandigheden in de fabriek, vooral het verschil tussen de temperatuur binnen en buiten de fabriek, en de gebrekkige voeding zijn schadelijk voor de gezondheid. Op 4 juni 1943 overlijdt mede-gevangene Geert Helmer Bolman, ook een Groningse chemiestudent, en vanaf midden juni bevatten de dagboeknotities in de agenda van Kees klachten over ziekte: ” ‘s Avonds met dikke keel en enige koorts op bed.” (13 juni 1943, Pinksterzondag), “Geen koorts 36.7 René 36.3 of 36.6 Louis 35.7. Beslist zeer ziek allen. ‘s Morgens op bed.” (14 juni), “was opgehaald + hoestsiroop” (15 juni), “met René naar den dokter. Om 10 u zonder succes terug. (…) Niet naar ‘t werk. Hoesten nog erg.” (18 juni), “Naar de dokter na vreselijke hoestbuien. Bij Schmidt 1½ u wachten. daarna naar de apotheek en Vogl.” (19 juni). Met deze woorden eindigt het dagboek. Twee dagen later, in het begin van de middag, bezwijkt Kees Luteijn. De Duitse overlijdensakte vermeldt als doodsoorzaak longontsteking. Een verslag over de situatie van de Nederlandse tewerkgestelden in Wittenberge noemt dat de stemming in de groep na dit tweede overlijden “zeer wild”. Dominee Wilhelm Scholz, die op 26 juni in Wittenberge de uitvaart van Kees Luteijn leidt, schrijft in augustus aan Kees’ ouders dat bij de begrafenis alle Nederlandse studenten aanwezig zijn geweest en het Wilhelmus hebben gezongen.

In 1948 zorgen Kees’ ouders dat hij in Nederland herbegraven wordt. Kees Luteijn rust nu op het Nationaal Ereveld in Loenen. Zijn naam staat ook op de gedenkplaat in het Academiegebouw van de Groningse Rijksuniversiteit.