Westerkade 13


Sophia (de Levie-) van Gelder

Geboren: 13 september 1865, Groningen
Laatste woonadres: Westerkade 13, Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 15 oktober 1942
Vermoord: 9 november 1942, Auschwitz

Sophia van Gelder wordt geboren in Groningen op 13 september 1865. Ze is de dochter van Abraham van Gelder en Kaatje van Zanten. Haar vader Abraham is vermoedelijk geboren op 8 mei 1846 en sterft jong als milicien op 8 januari 1871. Zijn beroep is ‘vleeschhouwer’, voordat hij militair wordt. In die tijd is de Frans-Duitse oorlog aan de gang, en misschien vocht hij daarin. Haar moeder Kaatje is geboren in Uithuizen op 13 mei 1844 en zij is koopvrouw van beroep. Kaatje sterft op 19 april 1902 te Groningen.
Sophia trouwt in Groningen op 12 augustus 1888 met David de Levie. David is geboren op 7 oktober 1866 te Oude Pekela en hij is van beroep koopman. Onbekend is waarin hij handelt.
Op 5 januari 1889 wordt hun eerste kind geboren, dat de naam Abraham krijgt.
Deze Abraham verhuist met zijn gezin in de dertiger jaren naar Hilversum, waar hij een meubelzaak heeft. Abraham wordt op 28 mei 1943 te Sobibor in Polen vermoord op dezelfde dag als zijn vrouw en hun jongste twee kinderen. De oudste twee kinderen worden een jaar later in Auschwitz in Polen vergast. Voor Abraham, zijn vrouw Engeltje de Vries en hun vier kinderen Bruintje (1919), David (1921), Henri Abraham (1929) en Sophia (1931) liggen zes Stolpersteine aan de ’s Gravelandseweg 14 te Hilversum.
Op 27 juli 1890 wordt zoon Maurits geboren. Maurits trouwt op 10 juli 1924 met Engeltje Graveur. Samen krijgen zij twee dochters: Henriëtte en Sophia. Maurits wordt vermoord op 1 oktober 1942 te Auschwitz in Polen, en Engeltje op 9 april 1943 te Sobibor in Polen. De beide dochters worden vermoord te Auschwitz in Polen op 1 oktober 1942 -dezelfde dag als hun vader- op de leeftijd van 17 en 15 jaar.
Na twee zoons krijgt Sophia dochter Henriëtte op 25 januari 1892, die op 25 mei 1892 overlijdt. De tweede dochter Mina wordt geboren op 23 mei 1895. Dit meisje sterft al na drie weken op 17 juni 1895.
Sophia vraagt op 24 mei 1895 een echtscheiding aan wegens mishandeling en die wordt uitgesproken in een vonnis op 14 september 1895.
Vervolgens loopt het spoor naar Amsterdam, waar Sophia een derde dochter krijgt. Dit meisje wordt bij de Burgerlijke Stand van Amsterdam ingeschreven als Hendrika Sophia van Gelder. Dit dochtertje sterft op 27 oktober 1897 in de leeftijd van vier maanden in de stad Groningen.
Sophia van Gelder staat vermeld als koopvrouw op de huwelijksakte van 24 mei 1917 van haar zoon Abraham met Engeltje de Vries. Op deze huwelijksakte staat speciaal bijgeschreven dat vader David de Levie al 25 jaar niets van zich heeft laten horen en dat het onbekend is waar hij verblijft, en of hij nog leeft dan wel overleden is. Zeven jaar later staat op de huwelijksakte van 10 juli 1924 van haar zoon Maurits en Engeltje Graveur dat vader David de Levie overleden is. Verdere gegevens ontbreken.
Sophia van Gelder is op 15 oktober 1942 in Westerbork aangekomen. In diezelfde maand wordt zij op transport gesteld naar het Oosten.
Op 9 november 1942 wordt zij vermoord in Auschwitz in Polen.
Sophia van Gelder is 77 jaar oud als ze sterft. 

 


Hugo Benima

Geboren: 4 februari 1898, Bunde (Duitsland)
Laatste adres: Westerkade 13, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: 2 oktober 1942
Vermoord: 5 februari 1945, Oranienburg (Duitsland)

Hugo Benima wordt op 4 februari 1898 geboren in Bunde, Duitsland. Hij is de zoon van Mozes Levie Benima en Friederike Levi. Zijn vader wordt geboren op 24 december 1855 en overlijdt in Winschoten op 19 november 1936. Zijn moeder wordt geboren op 18 september 1854 te Wilhelmshaven, Duitsland, en zij overlijdt in Amsterdam op 2 januari 1943.
Hugo is de jongste van vijf kinderen. Voor hem worden Caroline (1885), Louis (1886), Rosa (1889) en Jeanette (1891) geboren. Alle vijf hebben zich in de loop van hun leven in Nederland gevestigd en zijn via de Nederlandse Burgerlijke Stand bekend. Mogelijk zijn er nog meer kinderen geweest, die in Duitsland gebleven zijn. Caroline en Jeannette zijn uit Leek naar Auschwitz gedeporteerd, Rosa uit Amersfoort en Louis uit Winschoten. Geen van hen heeft de oorlog overleefd.
Hugo gaat in Stadthagen naar het voortgezet onderwijs, waar hij vermoedelijk in de kost is, zoals vaker gebeurt. Na de middelbare school keert Hugo terug naar Bunde, en vertrekt dan in 1915 voor werk naar Meppen. In 1917 keert hij terug naar Bunde. Kort daarna moet hij naar Arnhem zijn vertrokken, want het stadsarchief Bunde vermeldt dat hij in december 1918 vanuit Arnhem weer teruggekeerd is naar Bunde. 1)
Hugo trouwt met Else Kamp, die in Barmen, Elberfeld in Duitsland geboren is op 6 december 1902. Zij komt in 1923 vanuit Elberfeld in Bunde wonen. Samen krijgen ze één zoon, die geboren wordt op 13 mei 1924 te Bunde. Zij noemen hem Manfred. Het gezin verhuist in 1925 naar Elberfeld. Hugo verdient de kost als koopman, maar we weten niet waarin hij in die periode handelt. Het gezin Benima verhuist tussen 1925 en 1933 naar Visschers¬dijk 27 te Winschoten, want op 1 januari 1934 wordt Hugo in het Handelsregister van Veendam ingeschreven als koopman in étalage-artikelen. Op 17 januari 1936 worden het gezin én de zaak vanuit Winschoten overgeschreven naar de Jozef Israëlsstraat 16A in de gemeente Groningen. Inmiddels heeft Hugo zijn onderneming uitgebreid tot groothandel in étalage- en reclameartikelen.
Vlak voor de oorlog wordt in Groningen de nieuwe jeugdsjoel in de Folkingedwarsstraat gebouwd. Op 31 maart 1940 vindt de plechtige inwijding plaats. In het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 5 april 1940 staat een paginagroot verslag. Het vermeldt: ”Bijzondere aandacht meenen wij nog even te moeten wijden aan het werk van den heer H. Benima alhier, die met groote vakkennis de Hebreeuwsche letters van de Joodsche teksten in het gebouw heeft verzorgd, …”.
Dan verhuizen het gezin én de zaak op 11 april 1940 naar Westerkade 13. Op 22 januari 1941 tekent Hugo in het Handelsregister voor de opheffing van zijn zaak. In de zomer van 1942 wordt Hugo met zijn zoon Manfred opgepakt, zoals heel veel Joodse Groningse mannen, en naar het werkkamp ‘Twilhaar’ bij Nijverdal vervoerd. In kamp ‘Twilhaar’ worden zij beiden als kooplui geregistreerd. Op 2 oktober 1942 wordt dit kamp door de Duitse bezetters ontruimd en de ongeveer 90 daar aanwezige mannen worden naar Westerbork vervoerd, zo ook vader Hugo en zoon Manfred Benima. Hun beider namen staan vermeld op het monument van Kamp ‘Twilhaar’. 2)
Op 2 november 1942 wordt Hugo op transport gezet naar Auschwitz, waarna hij doorgestuurd wordt naar het satellietkamp Oranienburg bij Sachenhausen in Duitsland. De datum waarop hij officieel doodverklaard wordt, is 5 februari 1945. Dat is een dag na de 45ste verjaardag van Hugo Benima. Op 1 februari 1952 wordt een officiële Acte van overlijden in de Gemeente Groningen opgemaakt.

1) Bron: www.joodsmonument.nl, zie bij Hugo Benima. Deze gegevens zijn in 2014 geplaatst door Aline Pennewaard, die als bron het Stadsarchief Bunde vermeldt.
2) Bron: www.4en5mei.nl, zie bij Oorlogsmonument Nijverdal, ‘Twilhaar’.  

 


Else Kamp

Geboren: 6 december 1902, Barmen-Elberfeld (Wuppertal, Duitsland)
Laatste adres: Westerkade 13, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: 3/5 oktober 1942
Vermoord: 5 november 1942, Auschwitz

Else Kamp wordt op 6 december 1902 geboren te Barmen-Elberfeld, het tegenwoordige Wuppertal, Duitsland. Haar ouders heten Jacob Kamp en Paula Neumann. Er zijn geen verdere gegevens over de jeugd van Else gevonden of over haar herkomstgezin.
Else huwt met Hugo Benima en verhuist in 1923 naar Bunde. Op 13 mei 1924 krijgen ze samen een zoon, die zij Manfred noemen. In 1925 verhuist het gezin naar Elberfeld.
Het gezin Benima verhuist tussen 1925 en 1933 naar het adres Visschersdijk 27 te Winschoten in Nederland, want op 1 januari 1934 is Hugo in het Handelsregister van Veendam ingeschreven als koopman in étalage-artikelen. Op 17 januari 1936 wordt het gezin én de zaak vanuit Winschoten overgeschreven naar de Jozef Israëlsstraat 16A in Groningen. Inmiddels heeft echtgenoot Hugo zijn onderneming uitgebreid tot groothandel in étalage- en reclameartikelen.
Tussen 3 en 5 oktober 1942 wordt Else opgepakt en vervoerd naar Westerbork. Daarvandaan wordt zij op 2 november getransporteerd naar Auschwitz. Op 5 november 1942 wordt Else Benima-Kamp vermoord in Auschwitz.
Op 26 januari 1951 wordt er in de Gemeente Groningen een officiële Acte van Overlijden opgesteld. 

 


Manfred Benima

Geboren: 13 mei 1924, Bunde (Duitsland)
Laatste adres: Westerkade 13, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: 2 oktober 1942
Vermoord: 28 februari 1943, Auschwitz

Manfred Benima wordt op 13 mei 1924 geboren in Bunde, Duitsland, als zoon van Hugo Benima en Else Kamp. Manfred blijft het enig kind van dit echtpaar. In 1925 verhuist Manfred met zijn ouders naar Elberfeld.
Op 1 januari 1934 wordt Manfreds vader Hugo in het Handelsregister van Veendam ingeschreven als koopman in etalage-artikelen. Het gezin woont dan aan de Visschers¬dijk 27 in Winschoten. Het gezin Benima verhuist op 17 januari 1936 naar Groningen, waar het op die dag ingeschreven wordt op Jozef Israëlsstraat 16a. Hier vestigt vader Hugo ook zijn zaak in etalage- en reclameartikelen. Vervolgens wordt het gezin op 22 april 1940 ingeschreven aan de Westerkade 13, evenals de zaak van vader Hugo.

Op 10 juli 1942 wordt een grote groep Joodse mannen opgepakt in Groningen en vervoerd naar het werkkamp ‘Twilhaar’ bij Nijverdal. Manfred en zijn vader Hugo horen ook bij deze groep. Manfreds beroep bij de registratie in dit werkkamp is koopman, vermoedelijk hielp hij zijn vader in de zaak. De mannen worden gedwongen in de bossen bij Nijverdal te werken.
Op 2 oktober 1942 wordt dit kamp door de Duitse bezetter ontruimd en de ongeveer 90 daar aanwezige mannen worden naar Westerbork getransporteerd, zo ook Manfred en zijn vader Hugo Benima. Hun beider namen staan vermeld op het monument van Kamp ‘Twilhaar’.  1)
Op 26 oktober 1942 wordt Manfred doorgestuurd naar Auschwitz in Polen. In de Acte van Overlijden van 24 juli 1952 van de Gemeente Groningen staat dat Manfred op 28 februari 1943 overleden is in Auschwitz.

1) Bron: www.4en5mei.nl, zie bij Oorlogsmonument Nijverdal, ‘Twilhaar’.

 


Heinz David Wolff

Geboren: 16 december 1930 te Berlijn, Duitsland
Laatste woonadres: Westerkade 13 in Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 6 oktober 1942
Vermoord: 24 januari 1945, Dachau

Heinz David Wolff wordt geboren op 16 december 1930 in Berlijn, Duitsland. Heinz David is het enige kind van Max David Wolff en Margot Zerline Cohn, beiden ook in Berlijn geboren.
In de periode tussen 1930 en 1936 verhuist het gezin Wolff naar Amsterdam, want op de Gezinskaart van de familie Wolff in de gemeente Groningen staat dat zij op 24 juli 1936 uit Amsterdam komen en dan aan de Meeuwerderweg 160A in Groningen gaan wonen.
In juni 1941 wordt Heinz David met zijn beide ouders ingeschreven op de Vischmarkt 8, waar ook zijn grootmoeder Meta Cohn-Cohn van moederszijde woont, evenals zijn grootvader Wilhelm Wolff van vaderszijde.
Administratief verhuist Heinz David op 27 augustus 1942 met zijn beide ouders naar het pand Westerkade 13. Op 6 oktober 1942 wordt Heinz met zijn moeder afgevoerd naar Westerbork. Zij treffen daar man en vader aan die daar al sinds 10 juli 1942 is.
Heinz David en zijn ouders gaan dezelfde gang: hij wordt op 18 januari 1944 gedeporteerd naar Theresienstadt en vandaaruit op 19 oktober 1944 naar Auschwitz. Op 27 oktober 1944 komt hij aan in Dachau, waar hij op 24 januari 1945 overlijdt. Zijn beide ouders zijn eind 1944 al vermoord.
Heinz David Wolff is dan 14 jaar. 

 


Max David Wolff

Geboren: 8 april 1899 te Berlijn, Duitsland
Laatste woonadres: Westerkade 13 te Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 10 juli 1942
Overleden: 5 december 1944 in het satellietkamp Kaufering bij Dachau

Max David Wolff wordt geboren op 4 april 1899 in Berlijn, Duitsland. Hij is de zoon van Wilhelm Wolff, geboren op 23 juni 1865 te Lobsens in Polen. Deze Wilhelm woont later aan de Vismarkt 8 in Groningen, waarvandaan hij naar Westerbork wordt getransporteerd. Daar overlijdt hij op 29 april 1943 en wordt de volgende dag gecremeerd. Wilhelm Wolff staat vermeld op het Joods Monument op de Joodse Begraafplaats ‘Twijfelveld’ in Assen voor overleden bewoners van Westerbork. De urn met zijn as is op de Joodse Begraafplaats in Diemen bijgezet. De moeder van Max heet Therese Kohn, zij is geboren in 1870 te Boedapest, Hongarije. Zij overlijdt op 9 januari 1940 te Groningen.
Max trouwt met Margot Zerline Cohn, die geboren is op 7 januari 1907 in Berlijn, Duitsland. Zij krijgen één kind, Heinz David, geboren op 16 december 1930 te Berlijn.
In de periode tussen 1930 en 1936 verhuist het gezin Wolff naar Amsterdam, want op de Gezinskaart van de familie Wolff in de gemeente Groningen staat dat zij op 24 juli 1936 uit Amsterdam komen en dan aan de Meeuwerderweg 160A in Groningen gaan wonen. In juni 1941 staat het gezin Wolff geregistreerd op de Vischmarkt 8, waar Meta Cohn-Cohn, de moeder van Margot al woont, evenals Wilhelm Wolff, de vader van Max. Op 27 augustus 1942 verhuist het gezin Wolff naar de Westerkade 13. Max David Wolff staat op het digitale Joods Monument vermeld als winkelier, maar onbekend is in wat voor soort winkel hij werkt.
Max wordt op 10 juli 1942 naar Westerbork getransporteerd. Op 18 januari 1944 wordt Max doorgestuurd naar het getto van Theresienstadt in Tjecho-Slowakije, vervolgens op 19 oktober 1944 naar Auschwitz in Polen, en daarna op 27 oktober naar het satellietkamp Kaufering bij Dachau, Duitsland.
Daar sterft Max David Wolff op 5 december 1944 in de leeftijd van 45 jaar. 

 


Margot Zerline Wolff-Cohn

Geboren: 7 januari 1907 te Berlijn, Duitsland
Laatste woonadres: Westerkade 13 in Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 6 oktober 1942
Vermist: na 19 oktober 1944

Margot Zerline Cohn is geboren op 7 januari 1907 te Berlijn in Duitsland. Haar moeder heet Meta Sara Cohn-Cohn, en is geboren in 31 oktober 1880. Haar moeder wordt vermoord op 9 oktober 1944 in Auschwitz, Polen. Haar moeder wordt op het adres aan de Vischmarkt 8 in Groningen ingeschreven als weduwe van Gustav Cohn. Verdere gegevens over haar vader ontbreken.
Margot trouwt met Max David Wolff, die ook in Berlijn geboren is op 8 april 1899. Zij krijgen één zoon, die de naam Heinz David krijgt. Heinz David wordt geboren op 16 december 1930 te Berlijn in Duitsland.
In de periode tussen 1930 en 1936 verhuist het gezin Wolff naar Amsterdam, want op de Gezinskaart van de familie Wolff in de Gemeente Groningen staat dat zij op 24 juli 1936 uit Amsterdam komen en dan aan de Meeuwerderweg 160A in Groningen gaan wonen. Op 10 augustus 1936 staat Margot Zerline Wolff-Cohn ingeschreven op de Woningkaart van de Vischmarkt 8 te Groningen, samen met haar man Max David en zoon Heinz David. In dat huis wonen ook haar moeder Meta Sara Cohn-Cohn en haar schoonvader Wilhelm Wolff.
Op 17 augustus 1942 wordt het gezin Wolff ingeschreven op de Woningkaart van de Westerkade 13. Max David is dan al sinds 10 juli 1942 in Westerbork. Op 6 oktober 1942 volgt Margot Zerline met haar zoon.
Margot wordt op 18 januari 1944 doorgestuurd naar Theresienstadt in Tsjecho-Slowakije. Daarvandaan wordt ze getransporteerd naar Auschwitz in Polen op 19 oktober 1944. Margot sterft in datzelfde jaar 1944, maar onbekend is op welke datum. In de archieven van Westerbork staat zij als ‘vermist’ te boek.
Margot Zerline Wolff-Cohn wordt 37 jaar oud.

 


Abraham Moses Neis

Geboren: 9 januari 1929, Keulen (Duitsland)
Laatste adres: Westerkade 13, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: 3/5 oktober 1942
Vermoord: 5 november 1942, Auschwitz

Abraham Moses Neis (roepnaam Adolf) wordt geboren op 9 januari 1929 in Keulen, Duitsland. Zijn vader heet Aron Neis en zijn moeder heet Ida Ostro. Adolf is de vierde zoon uit dit gezin van vijf zoons en een dochter. Zijn vader is geboren op 21 september 1893 in Jaroslaw, Polen, en heeft de Poolse nationaliteit. Deze Aron verhuist naar Keulen en is daar koopman in lingerie. Ida Ostro is geboren in Sędziszów (Polen) en is afkomstig uit een orthodox Joods gezin. Haar vader, Yehuda Rumstein, is rabbijn.
Adolf heeft drie oudere broers: Herman (geboren op 5 augustus 1921), Simon (geboren op 20 mei 1923) en David (geboren op 20 november 1924). Adolf heeft ook nog een oudere zus: Springe, geboren op 6 december 1927. Later volgt het zesde kind Chiel (geboren op 17 juni 1937). Alle kinderen zijn in Keulen geboren.
Uit de familieverhalen is duidelijk geworden dat Ida moeilijke zwangerschappen heeft. Zij overlijdt op 18 juni 1937 in het kraambed in het Joodse ziekenhuis in Keulen de dag na de geboorte van het zesde kind Chiel. Dit jongetje, dat ernstig gehandicapt blijkt te zijn, overleeft zijn moeder ruim een jaar en sterft op 19 oktober 1938 in een Joods kinderhuis. Verder is gebleken dat moeder Ida een zuster (Mindal Händel Kohn-Ostro) heeft die ook al in 1938 moet zijn overleden. Chaja Kohn, de dochter van deze zuster, woont in 1938 in het gezin van haar oom Aron in de Agrippastraat 50 in Keulen.
Op 28 oktober 1938, al vóór de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938, worden vader Aron en zijn oudste zoon Herman geïnterneerd in het Poolse kamp Zbaszyn bij de gemeente Zbaszyn, die in het Duits Bentschen heet. In ieder geval vader Aron Neis zit hier tot de zomer van 1939 gevangen. Broer Simon is al eerder (6 september 1938) in Keulen gearresteerd. Hoe het lot van Herman is geweest, is niet duidelijk geworden. Zowel hij als zijn vader worden na de Tweede Wereldoorlog doodverklaard.
Na de verschrikkingen van de Kristallnacht is het voor veel Duits-Joodse ouders duidelijk dat zij maatregelen moeten nemen om in ieder geval het leven van hun kinderen te beschermen.
Zo zal het ook gegaan zijn in het beraad van de diverse verwanten van het gezin Neis-Ostro die naar de ouderloze kinderen hebben omgezien. Adolf, zijn zusje Sabine (de roepnaam van Springe) worden samen met hun nichtje Chaja Kohn meegegeven met het kindertransport dat in 1939 naar Nederland vertrekt. De gedachte is dat Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal is gebleven en dat dit wellicht in de huidige oplopende spanningen ook weer zo zal zijn. De overlevingskansen van Duitse-Joodse kinderen worden in Nederland vele malen hoger geschat dan in Duitsland.
Hun oudere broers Simon en David zijn al in december 1938 naar Nederland gegaan. Beide broers bereiden zich in Nederland in een Alijah werkkamp voor op een leven in Israël.1)
Adolf arriveert op 29 maart 1939 op Beneden Heijplaat, Quarantainestraat 1, Rotterdam.2) Op 17 april 1939 wordt hij geplaatst in Achterklooster, Hoogstraat 79, Rotterdam. Een week daarna, op 24 april 1939, gaat hij naar het Joodse Weeshuis aan de Mathenesserlaan 290 in Rotterdam. Tot die tijd is hij nog samen met zijn zusje Sabine. Zij gaat daarna eerst naar andere pleeggezinnen waar zij maar kort verblijft, maar verhuist later naar de familie Magnus aan de Kraneweg 75 in Groningen, vlakbij haar broertje Adolf.
Adolf komt op 8 september 1939 als pleegkind in huis bij de familie Benima aan de Jozef Israëlsstraat. Hij verhuist met dit gezin op 22 april 1940 naar de Westerkade 13.

Hij wordt tussen 3-5 oktober 1942 met zijn pleegmoeder Else Benima-Kamp naar Westerbork afgevoerd. Vanuit Westerbork wordt hij op 2 november naar Auschwitz in Polen gedeporteerd, waar hij op 5 november 1942 vermoord wordt. Dit zijn dezelfde data als waarop zijn pleegmoeder getransporteerd en vermoord is.

Abraham Moses Neis is 13 jaar geworden.
Zijn zusje Springe wordt vermoord in Auschwitz op 10 september 1943. Ook hun nichtje Chaja Kohn wordt vermoord in Auschwitz.
De beide broers Simon en David overleven na vele omzwervingen de verschrikkingen van de Holocaust. Zij vestigen zich in Israël (Simon) en in de Verenigde Staten (David), waar zij trouwen en kinderen krijgen.

1) Zie: https://www.joodsmonument.nl/nl/page/343281/palestina-pioniers-in-nederland
2) Eind jaren dertig van de vorige eeuw in gebruik als vluchtelingenkamp voor Joodse vluchtelingen uit Oostenrijk en Duitsland. Er verbleven hier zowel volwassenen als alleenstaande kinderen.