Kraneweg 19


Carel Hijman Minco

Geboren: 18-05-1891 in Ootmarsum
Laatste woonadres: Kraneweg 19, Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 23-08-1943
Vermoord: 03-09-1943 in Auschwitz

Carel Hijman Minco is geboren op 18 mei 1891 in Ootmarsum.
Zijn vader is Manus Minco, geboren in Oldenzaal en van beroep koopman. Hij heeft een bloeiende manufacturenwinkel in Ootmarsum. Zijn moeder is Sebilla Hedeman en geboren in Ootmarsum. Carel Hijman heeft drie broers en een zuster: Salomon Carel, Esthella Elisabeth Maurice, David en Maurits. De Minco’s noemen en schrijven hun naam soms ook als Menco.
Op 16 augustus 1916 trouwt Carel Hijman met Wilmina Kats uit Beilen. Ze krijgen twee kinderen, Carolina en Manuel.
Carel Hijman is van beroep kleermaker. In 1917 begint hij samen met zijn zwager en zijn broer Salomon een mantelfabriek in Beilen. Vanaf 1920 is Carel Hijman met zijn broer Salomon Carel eigenaar van de confectiefabriek Menco & Co in Groningen. Het bedrijf is gespecialiseerd in het maken van dames- en herenkleding en is gevestigd in de Butjesstraat. Het gaat goed met het bedrijf en er wordt een nieuwe fabriek gebouwd in de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat, waar zo’n 300 mensen werken.
Er zijn in Groningen voor de oorlog meer succesvolle confectiebedrijven. Bij het bedrijf Menco wordt de kleding volledig in de fabriek gemaakt. Als eerste in Groningen voeren de broers in hun bedrijf het bandsysteem in. Andere confectiebedrijven werken daarentegen veel met thuiswerkende kleermakers.
Carel Hijman en zijn gezin wonen vanaf 1923 op de Taco Mesdagstraat 37. Het gezin verhuist in 1935 naar de Kraneweg 19.
Zijn broer Salomon Carel, mede-eigenaar en directeur van het confectiebedrijf Menco, is twee jaar daarvoor overleden.
Dochter Carolina trouwt op 21 februari 1940 met Abraham de Vries en gaat in Arnhem wonen.
De schoonmoeder van Carel Hijman, Carolina Kats-Lezer, komt op 3 oktober 1940 bij Carel Hijman en Wilmina wonen.
Al spoedig volgen er tijdens de bezetting anti-Joodse maatregelen, die ook het bedrijf Menco treffen. Carel Hijman Minco besluit voordat onteigening plaatsvindt het bedrijf op naam te zetten van een collega, B.F.L. Hoefsloot. Hij treedt terug als eigenaar en directeur van het bedrijf.
De anti-Joodse maatregelen hebben ook consequenties voor het wonen in het huis aan de Kraneweg.
Op 8 mei 1942 stuurt de burgemeester van Groningen een brief aan de heer C.H. Minco. Hierin staat, dat de Duitse weermacht het gebouw met inventaris en het perceel Kraneweg 19 heeft gevorderd. Al snel na het gedwongen vertrek van de familie Minco wonen er leden van de Nederlandse SS in het huis.
Carel Hijman Minco, zijn vrouw, zoon en schoonmoeder verhuizen naar een bovenwoning in de Nieuwe Ebbingestraat 13a. Spoedig daarna duiken zij onder bij de familie Wisman in de Padangstraat 66b.
Door verraad worden Carel Hijman, Wilmina, Manuel en Carolina Kats-Lezer op 23 augustus 1943 gedeporteerd naar Westerbork.
Carel Hijman Minco, zijn vrouw Wilmina en Carolina Kats-Lezer worden op 3 september 1943 vermoord in Auschwitz.
Manuel Minco wordt op 1 april 1944 bij Warschau vermoord.
Dochter Carolina Minco overleeft de oorlog.

Met dank aan Bertien Minco 

 


Wilmina Minco-Kats

Geboren: 16-09-1892 in Beilen
Laatste woonadres: Kraneweg 19 Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 23-08-1943
Vermoord: 03-09-1943 in Auschwitz

Wilmina Kats is geboren op 16 september 1892 in Beilen.
Haar vader is Salomon Kats, geboren in Beilen en van beroep koopman. Haar moeder is Carolina Kats-Lezer. Hun huwelijk vindt plaats op 17 juni 1889. Het beroep van Carolina is dienstmeid. Wilmina heeft twee broers, Samuël en Daniël.
Wilmina trouwt op 16 augustus 1916 met Carel Hijman Minco in Beilen. Ze krijgen drie kinderen, Carolina en Manuel. Hun eerste kind is in mei 1917 levenloos geboren.
Tijdens de eerste jaren van hun huwelijk wonen Wilmina en Carel Hijman in Beilen. Carel en zijn broer Salomon hebben daar samen met een broer van Wilmina een mantelfabriek.
In 1920 verhuist het gezin Minco naar Groningen en de beide broers beginnen een kledingbedrijf in de Butjesstraat.
Het gezin gaat in 1923 wonen in het nieuw gebouwde huis aan de Taco Mesdagstraat 37.
Broer Salomon woont met zijn gezin vlakbij in het huis Jan Lutmastraat 4.
Als de zaken goed gaan wordt besloten om een nieuwe fabriek te bouwen. Deze komt in de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat. De initialen van de twee zoons van Carel Hijman en Salomon staan in de gevel van het gebouw vermeld.
Eind 1935 verhuist het gezin Minco naar de woning Kraneweg 19.
Wilmina is in deze tijd als leidster (akela) actief in de Joodse padvinderij.
Salomon is in 1933 overleden en zijn vrouw Bartha Minco-Denneboom gaat met haar twee jonge kinderen wonen in het huis Taco Mesdagstraat 37.
Op 21 februari 1940 is er een feestelijke gebeurtenis. Dochter Carolina gaat trouwen met Abraham de Vries uit Usquert. Hij is van beroep apotheker. Zij verhuizen naar Arnhem.
Dan volgt de bezetting van Nederland door Duitsland.
De moeder van Wilmina, Carolina Kats-Lezer, gaat op 3 oktober 1940 bij haar dochter en schoonzoon inwonen. Ook haar kleindochter Carolina van Carolina Kats-Lezer woont ruim een jaar in het huis aan de Kraneweg. Zij verhuist vervolgens naar Amsterdam en overleeft de oorlog.
Er volgen anti-Joodse maatregelen, die grote consequenties hebben voor het gezin.
Carel Hijman moet afstand doen van het bedrijf, dat hij samen met zijn broer heeft opgebouwd en in 1942 wordt het gezin op last van de bezetter gedwongen het huis aan de Kraneweg te verlaten. Korte tijd wonen ze in een bovenwoning aan de Nieuwe Ebbingestraat.
Dan zien ze kans een onderduikadres te vinden, waarschijnlijk door hulp van hun laatste dienstbode, Aaltje Mateboer, die tot op het laatst bij de familie Minco werkt.
Carel Hijman, Wilmina, Manuel en oma Carolina duiken onder bij het gezin van Chris Wisman in de Padangstraat 66b. Aaltje Mateboer is getrouwd met Jan Doeko Wisman, familie van Chris, die aan het Hoendiep woont en waar eveneens onderduikers zijn.
De familie Minco verblijft op het onderduikadres in de Padangstraat ruim een jaar, maar door verraad worden ze op 23 augustus 1943 gearresteerd. Ook Chris Wisman wordt gearresteerd en moet naar kamp Vught. Hij overleeft de oorlog.
Na hun arrestatie worden het gezin Minco en Carolina Kats-Lezer naar Westerbork gedeporteerd.
Wilmina, Carel Hijman en Carolina Kats-Lezer worden op 3 september 1943 in Auschwitz vermoord. Manuel Minco wordt op 1 april 1944 bij Warschau vermoord.
Carolina de Vries-Minco en echtgenoot Abraham de Vries zijn naar Zwitserland gevlucht. Abraham, die luitenant is geworden, krijgt het verzoek om naar Engeland te gaan.
Bij zijn reis door Frankrijk wordt hij gearresteerd en op transport gesteld naar Auschwitz. Daar wordt hij vermoord. Carolina de Vries-Minco overleeft de oorlog.

Met dank aan Bertien Minco en Finy Stulemeijer 

 


Manuel Minco

Geboren: 28-08-1921 in Groningen
Laatste woonadres: Kraneweg 19, Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 23-08-1943
Vermoord: 01-04-1944 in Warschau

Manuel en Carolina

Manuel Minco is geboren op 28 augustus 1921 in Groningen.
Zijn vader is Carel Hijman Minco en eigenaar/directeur van het confectiebedrijf N.V. Menco & Co. Zijn moeder is Wilmina Minco-Kats. Manuel heeft een zuster, Carolina.
Op 12 april 1924 plaatsen Carolina en Manuel de eerste steen in de achtergevel van het huis van de Taco Mesdagstraat 37, waar zij en hun ouders gaan wonen. 

De initialen van zijn naam zijn ook terug te vinden op de voorgevel van de in 1931 gebouwde confectiefabriek in de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat. Samen met die van zijn neef Manuel Menco, zoon van Samuel Carel Menco.

Manuel staat samen met bruidegom Abraham (Bram) de Vries, met het bruidsboeket voor Carolina. Ook Abraham heeft de oorlog niet overleefd.

Het gezin verhuist in 1935 naar Kraneweg 19. Over zijn jeugd is verder niet veel bekend. Wel weten we, dat hij zich in december 1939 in Tilburg vestigt. Hij woont daar achtereenvolgens in de Jan van Beverwijckstraat 33 en in de Bosscheweg 432.
Het is aannemelijk om te veronderstellen, dat hij in die periode in Tilburg bij een textielbedrijf heeft gewerkt.
Hij verblijft daar kort, want op 7 juli 1940 wordt hij ingeschreven in Groningen. Met als beroep bedrijfsleider. Als gevolg van de bezetting is hij weer naar Groningen gegaan om bij zijn familie te zijn en in het eigen familiebedrijf te gaan werken.
De anti-Joodse maatregelen leiden er echter toe, dat het bedrijf in 1941 moet worden afgestoten. De woning aan de Kraneweg 19 wordt op last van de bezetter in beslag genomen en het gezin verhuist naar een bovenwoning aan de Nieuwe Ebbingestraat 13a. Spoedig daarna duikt het gezin onder bij het gezin van Chris Wisman in de Padangstraat 66b in Groningen.
De familie wordt op 23 augustus 1943 verraden. Manuel, zijn ouders en grootmoeder worden gearresteerd en gedeporteerd naar Westerbork.
Op 31 augustus 1943 wordt Manuel samen met zijn ouders en grootmoeder vanuit Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz. Zijn ouders en grootmoeder worden direct bij aankomst op 3 september vergast.
Manuel wordt bij de selectie in Auschwitz voor de gaskamers doorgelaten en op een later moment naar Warschau gedeporteerd. Daar komt hij op 1 april 1944 om het leven. Hij bereikt de leeftijd van 23 jaar.

Met dank aan Bertien Minco en Jardena Gil (aanvullingen op het Joods Monument) 

 


Carolina Kats-Lezer

Geboren: 16-05-1859 te Bourtange
Laatste woonadres: Kraneweg 19, Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 23-08-1943
Vermoord: 03-09-1943 in Auschwitz

Carolina Kats-Lezer

Carolina Kats-Lezer is geboren op 16 mei 1859 in Bourtange in de gemeente Vlagtwedde.
Haar vader is Samuel Lezer, van beroep slachter, en haar moeder is Betje de Beer.
Hun geboortedata zijn niet bekend. Samuel en Betje trouwen op 16 april 1855. Samuel is dan 36 jaar en Betje 20 jaar. Carolina is niet het eerste kind van Samuel en Betje. Op 11 oktober 1856 overlijdt hun eerste dochter Carolina, 6 maanden jong en op 22 juni 1858 hun tweede dochter Sophia. Sophia is 1 jaar geworden. Na Carolina wordt op 20 augustus 1864 Tallechien geboren.

Carolina trouwt op 7 juni 1889 met Salomon Kats in Beilen. In de huwelijksakte staat, dat Carolina van beroep dienstmeid is. Salomon is geboren op 22 november 1856 en bij hem staat vermeld, dat hij koopman is. Hij heeft in Beilen een manufacturenzaak.
Carolina en Salomon krijgen twee zoons en een dochter: Samuël, geboren op 26 april 1891, Wilmina, geboren op 16 september 1892 en Daniël, geboren op 7 juni 1894.
Op 15 augustus 1932 overlijdt Salomon. Zijn zoon Samuël neemt de manufacturenwinkel over. De winkel is gevestigd in de Kruisstraat 2 in Beilen.
Zoon Daniël trouwt met Betsie Cohen en zij krijgen twee kinderen.
Zoon Samuël trouwt met Philppina Johanna Looper. Ook zij krijgen twee kinderen.
Na het overlijden van zijn vrouw in 1937 hertrouwt Samuël met Duifje Kropveld.

Carolina Kats-Lezer en Carolien Menco

Na de bezetting verhuist Carolina op 3 oktober 1940 vanuit Beilen naar haar dochter Wilmina, die in Groningen, Kraneweg 19, woont.
Haar echtgenoot, Carel Hijman Minco, is eigenaar van het confectiebedrijf Minco.
Ook haar kleindochter Carolina Kats komt daar enige tijd wonen, maar verhuist vervolgens naar Amsterdam. Zij overleeft de oorlog.
De familie Minco wordt op last van de bezetter gedwongen het huis aan de Kraneweg te verlaten en zij duiken onder bij het gezin Wisman in de Padangstraat in Groningen.
Door verraad worden ze op 23 augustus gearresteerd. Het gezin wordt gedeporteerd naar Westerbork en vervolgens op transport gesteld naar Auschwitz. Daar worden Carel Hijman, Wilmina en Carolina op 3 september 1943 vermoord. Manuel, zoon van Carel Hijman en Wilmina, wordt op 1 april 1944 bij Warschau vermoord.
Carolina’s zoon Daniël en zijn vrouw Betsy overleven de oorlog niet.
Voor hun beide kinderen is een onderduikadres. Zij overleven de oorlog wel.
Carolina’s zoon Samuël vindt met zijn gezin een onderduikadres en zij overleven de oorlog.

Met dank aan Finy Stulemeijer