Wassenberghstraat 23


Mietje Kan-Elias

Mietje Kan-EliasGeboren: 29 januari 1869, Strijp
Weggevoerd naar Westerbork: 25 maart 1943
Omgekomen: 25 maart 1943, Kamp Westerbork

Mietje Elias is de oudste dochter uit een gezin met drie meisjes. Haar vader, Eduard Elias, is fabrikant. Haar moeder, Rebecca Prins, is zonder beroep. Na Mietje worden Johanna (op 21 oktober 1870) en Bettij (op 26 november 1871) geboren.

Mietje trouwt op 6 augustus 1890 met Frederik Sander Kan, geboren 5 maart 1860 te Assen. De ouders van Frederik Kan zijn Sander Kan en Roosje Vos. Frederik is koopman van beroep. Het echtpaar krijgt één dochter, Rosa. Zij wordt geboren op 11 juni 1891 en trouwt op 21-jarige leeftijd met Arnold Hart. Op 11 februari 1943 overlijdt Frederik in Groningen.

Mietje overlijdt op 25 maart 1943, de dag van aankomst in Kamp Westerbork, en wordt daar gecremeerd. Na de oorlog krijgt zij een grafsteen op de Joodse begraafplaats aan de Eikenlaan te Groningen, waar ook haar man is begraven. Dochter Rosa weet met haar man te ontkomen naar Argentinië waar zij tot haar overlijden in 1984 blijft wonen.

 


Alfred Abraham Wolff

Geboren: 25 juni 1919, Aurich (Dld.)
Laatste woonadres: Wassenberghstraat 23, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: 12 november 1942
Vermoord: 21 mei 1943, Sobibor

Alfred komt uit een groot gezin van negen kinderen: vijf jongens en vier meisjes. Eén meisje (Sophie) overlijdt als zij één dag oud is.
Hun vader, Abraham Levie Wolff, is slager en veehandelaar in Aurich. Hij trouwt in 1901 met Auguste van der Walde die al in 1902, 20 jaar oud, overlijdt aan kroep1. Abraham Levie hertrouwt in 1903 met Hedwig van der Walde (1883), de één jaar jongere zuster van zijn overleden vrouw.

Materieel gezien gaat het goed in het gezin Wolff-van der Walde. Maar als Alfred vier jaar oud is, overlijdt zijn vader. Zijn moeder staat dan alleen voor de opvoeding van haar acht kinderen en voor de voortzetting van het bedrijf. Zij runt dit voorspoedig, hierbij ondersteund door haar oudste zonen Nachman, Ludwig en Jakob.

De invoering van de antisemitische Neurenberger wetten in 1935 en de Kristallnacht (van 9 op 10 november 1938) maken het leven in Aurich voor het gezin steeds zwaarder. Zo zijn Joodse mannen sinds 1938 gedwongen Israël aan hun voornamen toe te voegen. Wie niet al uit de voornaam herkenbaar is als Jood of Jodin, krijgt als extra voornaam Israël (voor mannen) of Sara (voor vrouwen). Deze dwangnaam werd bij de burgerlijke stand in geboorte- en trouwboeken bijgeschreven. In 1952 is bij Alfred de dwangnaam postuum weer van zijn geboortebewijs geschrapt.

De nazi’s verordonneren dat Aurich uiterlijk 30 april 1940 Judenfrei moet zijn. Omdat twee zussen van Alfred in 1929 en 1930 met Nederlanders zijn getrouwd, vertrekt de familie ook naar diverse plaatsen in dat land.
Alfred vertrekt in 1937 naar Groningen. Hij trekt in bij zijn zuster en zwager Erna en Mozes Meijer-Wolff op het adres Heymanslaan 18b. Hij heeft in die tijd ook vast contact gehad met zijn tantes, de twee oudste zusters van zijn moeder. Zij wonen na het overlijden van hun echtgenoten2 op het adres Parklaan 14. Alfred verhuist op 20 april 1938 naar Beilen, waar hij als bakker wordt ingeschreven. Zijn jongste broer Iwan volgt hem in juni 1938 en zijn moeder en zijn jongste zusje Senathe Ruth komen via Winschoten in 1939 ook in Beilen aan. Samen wonen zij daar op het adres Stationslaan 24.

Moeder Hedwig begint op dat adres een pension. In het Joodsche Weekblad verschijnt de volgende advertentie:

Westerbork is dan nog een vluchtelingenkamp voor Duitse Joden, Sinti en Roma en verzetsmensen uit Duitsland en Oostenrijk. Maar na de inval van de Duitsers in Nederland verandert het karakter van Kamp Westerbork in 1941 in een interneringskamp voor de Joden die naar het Oosten worden afgevoerd om te worden vermoord.

Op 18 oktober 1940 komt zijn toekomstige vrouw, Resi Mildenberg uit Den Haag in Beilen wonen. Hoe Alfred Resi Mildenberg heeft leren kennen, is onbekend gebleven, maar haar woonadres (Palz 1) is om de hoek bij het woonhuis van Alfred.

Vanaf 7 april 1942 woont Alfred Abraham Wolff als huisknecht weer in Groningen. Hij is dan ingetrokken bij het echtpaar Kan-Elias in de Wassenberghstraat 23. Resi volgt Alfred op 4 juni 1942 naar Groningen. Zij trouwen op 10 augustus 1942 en dan woont ook zij bij de familie Kan.
Nog geen jaar na hun huwelijk zijn Alfred en Resi op 21 mei 1943 in Sobibor vermoord.

Van Alfreds acht broers en zusters overleeft alleen één zusje (Erna). Van de zeven broers en zusters van zijn moeder overleven één broer en zuster.
Ook de zoon van Fanny Visser-van der Walde blijft gespaard.

 

1 Dit is een ademhalingsziekte die meestal op gang wordt gebracht door een acute virusinfectie van de bovenste luchtwegen.
2 Fanny en Sophie van der Walde waren getrouwd met de broers Abraham Julius en Levie Julius Visser.  

 


Resi Wolff-Mildenberg

Geboren: 1 september 1919, Lengerich (Dld.)
Laatste adres: Wassenberghstraat 23, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: 12 november 1942
Vermoord: 21 mei 1943, Sobibor

Resi is de dochter van Julius Mildenberg en Rosa Weinberg. Zij is de oudste van drie meisjes, van wie er één (Ingeborg) in het begin van de oorlog naar de Verenigde Staten is geëmigreerd en de oorlog overleeft. Ingeborg overlijdt in 1993.

Sinds 1938 moet Resi Sara aan haar voornaam toevoegen. Dit is het gevolg van nazi-wetgeving. Wie niet uit de voornaam herkenbaar is als Jood of Jodin, krijgt als extra voornaam Sara (voor vrouwen) of Israël (voor mannen). Deze dwangnaam werd bij de burgerlijke stand in geboorte- en trouwboeken bijgeschreven. In 1952 verdwijnt de dwangnaam postuum van haar geboortebewijs.

Resi gaat vanuit Mülheim an der Ruhr (Dld) op 15 juli 1939 in Den Haag wonen op het adres Agnesstraat 1a. Hoe en waarom zij in Den Haag terecht komt, is niet duidelijk.

Zij is – in ieder geval een bepaalde tijd van haar leven – eerst dienstbode en daarna naaister van beroep. Een nichtje dat de oorlog overleeft, heeft aan de naaimachine van “tante Resi” nog heel duidelijke herinneringen.

Op 18 oktober 1940 verhuist Resi naar Beilen, aangezien het aan niet-arische vreemdelingen niet langer is toegestaan in de kuststreek te wonen. Zij gaat dan op het adres Paltz 1 wonen.

Resi vestigt zich op 4 juni 1942 aan de Jan Lutmastraat 2. Vlak daarna, op 10 augustus 1942 trouwt zij met Alfred Wolff. Zij trekken dan samen in bij het gezin Kan-Elias aan de Wassenberghstraat, waar Alfred sinds april van dat jaar woont.

Het huwelijk van Resi en Alfred duurt nog geen jaar, als zij samen worden vermoord op 21 mei 1943 in Sobibor.