H.W. Mesdagstraat 13


Meijer Levie

Geboren: 2-2-1875 in Eelde
Laatste woonadres: H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: 3/5-10-1942
Vermoord: 22-10-1942 in Auschwitz

Meijer Levie is de zoon van Joseph Levie (1854-1924), veehandelaar uit Eelde en Rika Leverpoll (1848-1931) uit Geesteren. Meijer wordt ook veehandelaar en trouwt met Mathilde Marcus uit Rees (Duitsland). Zij gaan wonen in Gemen in de Neustrasse 98. Een onderzoek, gedaan door scholieren en docenten uit Gemen ,*zegt: “Auf dem mittleren Teil des Borkener Holzplatzes fand regelmäszig eind Rindviehmarkt statt, auf dem jüdische Händler wie auch Jupp Meijer Levie kauften und verkauften”. Kennelijk wordt Meijer Levie ook “Jupp” genoemd.

Het echtpaar krijgt zes kinderen, vijf dochters en als laatste een zoon.
Julie wordt geboren op 28-2-1902 in Gemen, vermoord 29-10-1942 in Auschwitz. In 1924 komt ze naar Groningen, Folkingestraat 33 om te werken als dienstbode. Ze trouwt met Hartog Gosschalk, slager. Ze krijgen twee kinderen: Sare en Meijer. Niemand van het gezin overleeft de oorlog.
Rosa Geboren 25-3-1903 in Gemen, vermoord in Auschwitz op 29-10-1942. Ze is ongehuwd. Haar laatste woonadres is H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen.
Selma Geboren 30-12-1904 in Gemen, vermoord 23-11-1942 in Auschwitz.
Ze is verkoopster en trouwt met Jacob Waag, handelsreiziger. Ze wonen in de Oostertraat 1 in Groningen. Zij overleven de oorlog niet.
Hedwig Geboren 1906 in Gemen, ze overleeft als enige uit het gezin de oorlog. Ze trouwt met Julius Jacobs, paardenslager in Enschede . Het echtpaar blijft kinderloos. Hij overlijdt in 1958., Hedwig in 1961.
Ottilia Geboren 11-7—1908 in Gemen. Vermoord in Auschwitz 26-2-1943. Ze trouwt met Mozes Lehman. Het echtpaar woont in Hardenberg en krijgt drie kinderen: Sientje, Mathilde en Liepman. N iemand overleeft de oorlog. In Hardenberg staat een gedenkteken.
Joseph Geboren 20-4-1910 in Gemen, pleegt zelfmoord in Westerbork op 29-4—1943. Hij trouwt met Else Metzger. Ze krijgen twee dochters: Marga en Friedel. Hun laatste woonadres is H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen. Else, Marga en Friedel overleven de oorlog niet.

Meijer en Mathilde vluchten in September 1938 naar Nederland.
“Die Familie is am 19.09.1938 in die Niederlande ausgewandert. Sie verkauften ihr Haus……..und flüchteten.”* Hij gaat vooruit en woont enkele weken bij zijn oudste dochter Julie in de Folkingestraat 33 in Groningen. Vanaf 23 september wonen Meijer en Mathilde op H.W. Mesdagstraat 13. Daar voegen zich ook Rosa, hun zoon Joseph , zijn vrouw Else en hun dochtertje Marga bij hen. In 1942 overlijdt Mathilde . Vijf maanden later op 22-10-1942 wordt Meijer vermoord in Auschwitz. Ook Rosa, Joseph, Else en Marga overleven de oorlog niet.

*Das Schicksal der jüdischen Familien in Borken und Gemen zur zeit des Nationalsozialismus- ein Schülerprojekt”.

 


Rosa Levie

Geboortedatum: 25-3-1903 in Gemen, (bij Kleef, Duitsland)
Laatste woonadres: H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen
Binnenkomst Westerbork: waarschijnlijk 3/5-10-1942
Omgebracht 29-10-1942 in Auschwitz

Rosa is de dochter van Meijer Levie en Mathilde Marcus. Ze is het derde kind uit een gezin met zes kinderen. Wanneer hen de grond te heet onder de voeten wordt, verhuizen ze naar Nederland. Haar ouders , haar jongere broer Joseph en zijn vrouw Else en hun dochtertje Marga staan op de woningkaart van de H.W. Mesdagstraat 13 te Groningen ingeschreven op 23 september 1938. De datum van inschrijving van Rosa is 15 april 1939. Rosa is ongehuwd gebleven.
Rosa is vermoord in Auschwitz op 29-10-1942.   

 


Joseph Levie

Geboortedatum: 20-4-1910 in Gemen(Duitsland)
Laatste woonadres: H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork: waarschijnlijk 3/7-10-1942
Overleden: 29-4-1943 in Westerbork

Joseph Levie is de enige zoon van Meijer Levie en Mathilde Marcus.
Hij heeft nog vijf oudere zussen. Hij wordt – evenals zijn vader- veehandelaar. Hij trouwt met Else Metzger uit Borken (bij Gemen, vlak over de grens bij Winterswijk). In 1937 wordt hun dochtertje Marga geboren.
Als hen de grond te heet onder de voeten wordt gaat het gezin naar Nederland. Zij staan op 23 september 1938 ingeschreven in de H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen samen met de ouders van Joseph.
Ook zijn zus Rosa woont op dit adres. Waarschijnlijk is Joseph samen met zijn zwangere vrouw en zijn dochtertje weggevoerd naar Westerbork op 7-10-1942. Daar wordt op 6-1-1943 zijn dochter Friedel geboren. Op 29-4-1943 maakt Joseph in Westerbork zelf een einde aan zijn leven.
Zijn vrouw en twee dochters worden drie weken later gedeporteerd naar Sobibor, waar ze op 21-5-1943 worden vermoord.  

 


Else Levie-Metzger

Geboren: 6-10-1911 in Borken , Duitsland
Laatste woonadres: H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen
Datum binnenkomst in Westerbork:3/ 7-10-1942
Vermoord in Sobibor: 21-5-1943

Van het leven van Else Metzger voor haar huwelijk is niets bekend.
Ze ontmoet Joseph Levie uit Gemen (bij Borken, vlak over de grens bij Winterswijk) en trouwt met hem. Hij is veehandelaar. Hun dochter Marga wordt geboren in 1937.
Als de grond hen te heet onder de voeten wordt ,vertrekken ze naar Nederland. Vanaf 23 september 1938 staan ze ingeschreven op de woningkaart van H.W.Mesdagstraat 13, samen met haar schoonouders (Levie-Marcus) en Rosa, de oudere zus van Joseph.
Het gezin wordt gedeporteerd, Else is zwanger. De datum van binnenkomst in Westerbork is 3/7-10-1942. Hun dochtertje Friedel wordt twee maanden later geboren. Eind april maakt Joseph een eind aan zijn leven. Drie weken later gaan Else en haar twee dochtertjes Marga en Friedel op transport. Als ze in Sobibor aankomen worden ze alle drie op diezelfde dag nog vermoord.  

 


Marga Levie

Geboren: 7-6-1937 in Gemen (Duitsland)
Laatste woonadres: H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen
Gedeporteerd naar Westerbork :3/7-10-1942
Vermoord : 21-5-1943 in Sobibor

Marga Levie wordt geboren in Gemen in Duitsland, Noordrijn- Westfalen, als dochter van Joseph Levie en Else Levie-Metzger. Als ze ruim een jaar is vluchten haar ouders naar Nederland. In een projekt van scholieren en docenten over de familie Levie in Gemen* staat dat de familie op 19-9-1938 Gemen verlaat. Op 23-9-1938 staat het gezin ingeschreven op de woningkaart van H.W. Mesdagstraat 13.

De kleine Marga woont dan met haar grootouders Levie-Marcus , haar tante Rosa en haar ouders in de H.W. Mesdagstraat in Groningen. Totdat ze op 7-10-1942 weggevoerd wordt naar Westerbork, samen met haar moeder(die zwanger is) en waarschijnlijk ook haar vader* Daar wordt twee maanden later haar zusje Friedel geboren. Marga is zes jaar als haar vader in Westerbork een einde aan zijn leven maakt.
Op 18-5-1943 wordt ze samen met haar moeder en zusje Friedel weggevoerd naar Sobibor, waar ze alle drie op 21-5-1943 worden omgebracht.

* ”Das Schicksal jüdischer Familien in Borken und Gemen zur Zeit der Nazisosialismus-Ein Schülerprojekt”, is te vinden op http/://suomenhirvi.piranho.de/gegenvergessen/gemen/levie.htm  

 


Friedel Levie

Geboren: 6-1—1943 in kamp Westerbork
Laatste adres: kamp Westerbork
Vermoord: 21-5-1943 in Sobibor

Als Friedel Levie in kamp Westerbork wordt geboren is haar zusje Marga zes jaar oud. Hun ouders zijn Joseph Levie (dan 33) en Else Levie-Metzger (dan 32). De ouders en Marga zijn weggevoerd uit het huis H.W. Mesdagstraat 13 in Groningen, waar zij toen woonden met Rosa, de zus van Joseph. De grootouders van Friedel woonden ook op dit adres. Else is zwanger van Friedel als ze gedeporteerd wordt naar Westerbork.
Als Friedel bijna vier maanden oud is maakt haar vader in kamp Westerbork zelf een einde aan zijn leven.
Drie weken later wordt zij met haar moeder en zusje op transport gesteld naar Sobibor, waar zij op 21-5-1943 direkt na aankomst worden vermoord.  

 


Nathan Fürst

Geboren: 25 oktober 1880, Pressburg (nu Bratislava, hoofdstad van Slowakije)
Laatste adres: H.W. Mesdagstraat 13, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: waarschijnlijk 3/5 oktober 1942
Vermoord: 12 oktober 1942, Auschwitz

Nathan en Katti Fürst-Hacker in Holland, 1942 (privécollectie)

Nathan Fürst , een streng orthodoxe koopman, is de zoon van Samuel Fürst en Rosi (Resi) Grünwald. Voor zover bekend heeft hij geen broers en zussen. Hij komt oorspronkelijk uit Bratislawa, aan het begin van de 20ste eeuw een belangrijk Joods centrum. Hij ontmoet Katti Hacker uit Kobersdorf, een kleine stad in Oostenrijk vlakbij de grens van Hongarije. De afstand Bratislawa – Kobersdorf is 110 km. Ze krijgen drie kinderen Sigmund (Ziggi), Rosa (1908) en Gertrud, later Golda genoemd (1910).
Hun dochter Rosa vlucht met haar man Adolf Schöps en dochtertje Evelyn naar Groningen in Nederland en zij vertrekken van daaruit in 1939 naar Amerika. Ze staan ingeschreven op de passagierslijst van Rotterdam naar Ellis Island. Ze raden hun ouders aan hetzelfde te gaan doen. Katti en Nathan komen op 1 februari 1939 vanuit Wenen via Zevenaar In Rotterdam aan . Ze zitten daar zes maanden in opvangcentrum Heijplaat. Heijplaat is een deel van Rotterdam ten zuiden van de Nieuwe Maas.

In de jaren dertig komt er een grote stroom vluchtelingen op gang van Duitse-en Oost-Europese Joden. Een groot deel van hen gaat naar Rotterdam , in de hoop via de Rotterdamse haven naar Noord-of Zuid Amerika te komen. Deze vluchtelingen moeten worden opgevangen en daarvoor wordt in Rotterdam het voormalig quarantainegebouw op Heijplaat gebruikt. Dit gebouw wordt in 1934 geopend om zeelieden met een besmettelijke ziekte op te vangen. De opvang en behuizing voor deze vluchtelingen is erg slecht.

Nathan Fürst en kleindochter Evelyn Schöps, 1939 (privécollectie)

Het loopt voor Nathan en Katti anders dan ze voor ogen hebben. Wat bij hun dochter, schoonzoon en kleindochter lukt, gaat bij hen niet door. Uit het archief van de Nederlands-Israëlitische gemeente Groningen 1945-1990 met toegangsnummer 368 rapport 424: “Ze zijn van Febr. 1939 tot Juli 1939 in Heijplaat geweest, en zijn toen door het bereiken van de leeftijdsgrens uit het kamp ontslagen. Ze zijn toen naar Groningen, waar hun schoonzoon woonde, verhuisd. de menschen zijn direct in de steun opgenomen en zijn in pension gaan wonen. Fam. Fürst is streng orthodox en moest van begin af f. 20.- per week voor beide menschen betaald worden. Bovendien kregen zij nog f. 1.25 p. week zakgeld”.
Op de woningkaart van de Folkingestraat 19 staan Nathan en Katti bijgeschreven op 10 augustus 1939. Bij het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 verliezen zij al hun bezittingen die daar zijn opgeslagen. Nathan probeert nog schadevergoeding te krijgen : “ Dit heeft F. met de opsomming van de verloren goederen gedaan. van de enquêtecommissie te Rotterdam heeft hij 9 september 1940 bericht ontvangen, dat zijn opgave met een schadeopgave van f. 750. geboekt zou zijn “ . Op 14 februari 1941 verhuizen ze naar de H.W. Mesdagstraat 13. Op dat adres woont ook de familie Levie.
Nathan is waarschijnlijk op 3/7-10-1942 naar Westerbork gedeporteerd. Hij wordt kort daarna op 12-10-1942 in Auschwitz vermoord.
Zijn zoon Sigmund vlucht naar Israël, waar hij een gezin sticht. Zijn dochter Gertrud komt terecht in Pennsylvania, waar zij trouwt met Ernst Ultman en een zoon krijgt, Jim.
Nathan is bijna 62 jaar geworden.   

 


Katti Fürst-Hacker

Geboren: 28 april 1876, Kobersdorf, (Oostenrijk)
Laatste adres: H.W. Mesdagstraat 13, Groningen
Weggevoerd naar Westerbork: waarschijnlijk 3/5 oktober 1942
Vermoord: 12 oktober 1942, Auschwitz

Katti is de dochter van Leopold Hacker en Golde Mandel. Zij komt uit een groot gezin: ze heeft vijf broers en vijf zussen. Ze is geboren in Kobersdorf, een kleine plaats in het oosten van Oostenrijk, vlakbij de Hongaarse grens. Dat is ruim honderd km verwijderd van Pressburg ( nu Bratislava, de hoofdstad van Slowakije), de geboorteplaats van haar man Nathan Fürst. Ze krijgen drie kinderen: Sigmund (Ziggi), Rosa (1908) en Gertrud (1910), later Golda genoemd.
Rosa trouwt met Adolf Schöps en samen krijgen ze een dochtertje Evelyn.

Het gezin vlucht naar Nederland, Groningen en zij vertrekken van daaruit in 1939 naar Amerika. ze staan ingeschreven op de passagierslijst van Rotterdam naar Ellis Island. Ze raden hun ouders aan hetzelfde te gaan doen. Waarop Nathan al zijn bezittingen vanuit Wenen naar Rotterdam verstuurd. Ze komen op 1 februari vanuit Wenen via Zevenaar in Rotterdam aan. Van beiden worden een foto en vingerafdrukken gemaakt als ze in vluchtelingenkamp Heijplaat aankomen.
Ze zitten daar zes maanden. Heijplaat is een deel van Rotterdam ten zuiden van de Nieuwe Maas.
In de jaren dertig komt er een grote stroom vluchtelingen op gang van Duitse en Oost-Europese Joden. Een groot deel daarvan gaat naar Rotterdam in de hoop via de Rotterdamse haven naar Noord- of Zuid Amerika te komen. Deze vluchtelingen worden deels opgevangen in een quarantainegebouw om zeelieden met een besmettelijke ziekte op te vangen. De opvang en behuizing voor deze gevangenen is erg slecht.
Het loopt voor Nathan en Katti anders dan ze voor ogen hebben. Wat bij hun dochter, schoonzoon en kleindochter lukt, gaat bij hen niet door. Uit het archief van de Nederlands-Israëlitische gemeente 1945-1990, toegangsnummer 368, toegangsnummer 424: “ Ze zijn van Febr.1939 tot Juli 1939 in Heijplaat geweest en zijn toen door het bereiken van de leeftijdsgrens uit het kamp ontslagen. Ze zijn toen naar Groningen, waar hun schoonzoon woonde, verhuisd. De menschen zijn direct in de steun opgenomen en zijn in pension gaan wonen. Fam. Fürst is streng orthodox en moest van begin af f.20,- per week voor beide menschen betaald worden. Bovendien kregen zij nog f.1.25 per week zakgeld”.
Op de woningkaart van de Folkingestraat 19 staan Nathan en Katti bijgeschreven op 10 augustus 1939. Bij het bombardement op 14 mei 1940 op Rotterdam verliezen zij al hun bezittingen die daar zijn opgeslagen. Nathan probeert nog schadevergoeding te krijgen: “Dit heeft F. met de opsomming van de verloren goederen gedaan . Van de enquêtecommissie te Rotterdam heeft hij 9 september 1940 bericht ontvangen, dat zijn opgave met een schadevergoeding van f. 750,- geboekt zou zijn”.
Op 14 februari 1941 verhuizen ze naar de H.W. Mesdagstraat 13. Op dat adres woont ook de familie Levie.
Katti wordt waarschijnlijk op 3/7 -1942 naar Westerbork gedeporteerd. Zij wordt kort daarna op 12-10-1942 in Auschwitz vermoord.
Katti is 66 jaar geworden.
Hun zoon Sigmund vlucht naar Israël, waar hij een gezin sticht. Hun dochter Gertrud komt terecht in Pennsylvania, waar zij trouwt met Ernst Ultman en een zoon krijgt, Jim.